Impact van AI op pensioenen, de macro longevity shock
29 september 2026 Wtp
Kunstmatige intelligentie (KI) verandert onze wereld. Wat is de invloed op onze pensioenen? Ray Kurzweil[1], meestervoorspeller op gebied van technologische ontwikkelingen, voorspelt dat we per 2032 voor elk jaar dat we leven meer dan 1 jaar levensverwachting erbij krijgen (bekend als “longevity escape velocity”). De inzet van KI zal het mogelijk maken dat wetenschappelijke vooruitgang sneller gaat dan de biologische veroudering.
Een pensioenstelsel kan moeilijk omgaan met macro langleven schokken. Wat betekent een schok in levensverwachting voor deelnemers onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp)? Dat gaan we na aan de hand van een voorbeeld waarin de levensverwachtingen stijgen in lijn met Kurzweil voorspellingen. We vergelijken de levensverwachtingen volgens de actuariële prognosetafel van 2022 (AG2022) met die waarbij een opwaartse schok in levensverwachting plaatsvindt (zie figuur 1 in het artikel verkrijgbaar via onderstaande link).
We gaan uit van een deelnemer die vandaag met pensioen gaat met een kapitaal van € 275.000 bij een vlakke marktrente van 3%. Op basis van beide levensverwachtingen (met en zonder schok), bepalen we de jaarlijks te ontvangen (vaste) pensioenen:
- Onder de levensverwachting van de AG2022: € 18.602
- Onder de levensverwachting na gesimuleerde langleven schok: € 11.913
Een verschil van € 6.689 per jaar, een reductie van ruim 35%[2]. Dit is vergelijkbaar met het effect van 2% jaarlijkse inflatie gedurende 20 jaar. Een deel van een macro langleven schok kan worden opgevangen door de solidariteit- en risicodelingsreserve, maar die zijn doorgaans niet veel groter dan 5% van het pensioenvermogen. Ophoging van deze reserve dient te worden overwogen. Daarnaast is het verstandig om na de pensioenleeftijd door te gaan met beleggen, zoals voorgesteld onder de Wtp. Dit verhoogd de verwachte pensioenuitkeringen.
Als KI kenniswerk vervangt, wordt het voor ouderen steeds moeilijker om langer door te werken. Er blijft dan niets anders over dan het uitgavenpatroon aan te passen.
Voor de pensioenuitvoerder heeft een macro langleven schok ook consequenties. De geprognosticeerde pensioenuitkeringen zijn de eerste 20 jaar van pensionering onder de AG2022 tabellen hoger dan na een langleven schok (zie figuur 2 uit het artikel). Maar na de leeftijd van 85 jaar liggen de geprognosticeerde uitkeringen na de langleven schok aanmerkelijk boven die van de AG2022 tabel. Uiteraard gaan de uitkeringen ook veel langer door.
Dit uit zich in een verschil in rentegevoeligheid van beide kasstromen (zie figuur 3 uit het artikel):
- De rentegevoeligheid van de pensioenuitkeringen neemt toe na een langleven schok
- Het zwaartepunt van de rentegevoeligheid van de pensioenuitkeringen ligt met name op de langere looptijden na een langleven schok
Dit betekent dat pensioenuitvoerders na een macro langleven schok behoefte hebben aan langere instrumenten om in te beleggen. Als deze namelijk niet in de portefeuille zitten, dan zijn de pensioenuitkeringen door de langere looptijden extra gevoelig voor renteveranderingen. Daaruit volgt een oproep aan met name overheden om langlopende staatsobligaties uit te gaan geven. Iets wat zou passen bij de langer uitgestelde belastingclaim op de pensioeninkomens van haar inwoners.
Welke maatregelen kunnen we nemen?
• Reken verschillende langleven schokken door om inzicht te krijgen in dit risico.
• Kies voor doorbeleggen na de pensioendatum i.p.v. een vaste uitkering.
• Verhoog zo nodig de solidariteits- en risicodelingsreserve.
[1] Zie onder andere zijn boek The Singularity is nearer uit 2024.
[2] Bij een opwaartse rentecurve, waarbij de rente op langere looptijden hoger is dan op kortere, wordt dit verschil kleiner omdat na de langleven schok de pensioenkapitalen tegen hogere rentes renderen. Bij inverse rentecurves wordt het verschil groter.